info@groeplitp.be

Hoe werken we ?

 

Preventie, sensibilisering en handelingsgerichte ondersteuning door middel van een module coaching

Coachingmodule:

De leerkrachten ontvangen een coachingsformulier. Dit formulier kan  als leidraad worden gehanteerd voor het observeren van mogelijke problemen bij kinderen op vlak van spraak, taal en communicatie. Het vormt de basis voor de coachingmodule en bevat o.a een overzicht van minimale spreeknormen. De coachingmodule bestaat uit twee handelingsgerichte ondersteuningsmogelijkheden namelijk tutorials en clinics.

  • Tutorials:
Aan de hand van presentaties gaat de gebiedslogopedist in interactie met de leerkrachten over de verschillende communicatieve ontwikkelingsdomeinen bij kleuters en lagere school kinderen. Het coachingformulier krijgt hierdoor diepgang en wordt concreet gemaakt aan de hand van praktijkvoorbeelden. Tijdens de tutorial kunnen de leerkrachten ervaringsgericht in dialoog gaan.

  • Clinics:

De logopedist verzorgt in de klaspraktijk een interactief leer - en feedbackmoment in samenspraak met de leerkracht. Het coachingformulier wordt gehanteerd in de klas, waardoor handelingsgerichte feedback ontstaat.

Screening op indicatie, vroegdetectie en advies:

De LDSST logopedist spoort door middel van het LDSSTscreeningsinstrument spraak-, taal- en stemproblemen op bij kleuters en kinderen uit de lagere school.

Er wordt onderzoek gedaan naar articulatie, taalontwikkeling, stemgebruik, spreekvloeiendheid, resonantie, auditieve functies, mondgedrag, spraakorganen en de ontwikkeling van de communicatieve vaardigheden. De resultaten worden overgemaakt aan alle betrokkenen.

We verstrekken advies en geven verduidelijking aan ouders, leerkrachten, directie en zorgcoördinatoren. Indien nodig worden leerlingen doorverwezen naar een logopedist of worden andere vormen van hulpverlening besproken.

Een screening bestaat uit verschillende onderdelen en elk onderdeel heeft zijn eigen relevantie. We hebben de onderdelen uitgewerkt die belangrijk zijn om ontwikkelingsproblemen op het vlak van spraak, taal en communicatie op te sporen. Hierbij geven wij de relevantie van de items in het licht van preventie aan.

  • Screeningsitems:
Spraakorganen:

De stand van het gebit wordt beïnvloed door de bewegingen van tong en lippen. Een verkeerde stand kan leiden tot of het gevolg zijn van afwijkingen in de articulatie.

Mondmotoriek:                                                                                  Met name de wijze van slikken is indicatief voor de ontwikkeling van de mondmotoriek. Deze is weer een graadmeter voor de mogelijkheden van articuleren.

Articulatie:
Technisch goede vorming van spraakklanken is van belang voor de verstaanbaarheid maar ook voor de latere lees- en spellingsvaardigheid.

Auditieve waarneming (fonologische processen):
Deze vaardigheid is van belang voor kleuters om te kunnen komen tot een goede spraak-/taalontwikkeling. De onderzoeker kan bij een afwijkende spraak-/taalontwikkeling misschien aangeven of articulatie- en/of taalafwijkingen daaruit verklaard kunnen worden. Bovendien is een afwijking in de auditieve waarneming soms indicatief voor het ontwikkelen van dyslexie op latere leeftijd.

Taal:
De maatschappij is erg verbaal ingesteld. Daarom is het van belang, dat kinderen vóór hun zesde jaar klaar zijn om daar actief aan deel te kunnen nemen. Een spraak/taalprobleem is een risico- factor voor het ontwikkelen van communicatieve - en leerproblemen.        

Stem:
Een heldere stem is van belang om gemakkelijk en duidelijk verstaanbaar te kunnen zijn, te kunnen zingen en roepen. Een afwijkende stem is een risicofactor voor het ontwikkelen van stem(band)problemen.

Vloeiendheid:
De vloeiendheid van spreken bij jonge kinderen kan soms wijzen op (een risicofactor voor het ontwikkelen van) stotteren of andere (spraak/taal) problemen.

Spreektempo:
Een te hoog spreektempo kan de verstaanbaarheid ten nadele beïnvloeden en kan samenhangen met risicofactoren voor het ontwikkelen van stotteren, wanneer het spraakapparaat nog niet klaar is voor het snelle spreken. Een te laag spreektempo kan wijzen op andere (spraak/taal-) problemen.

Mondgewoonten:
Het vóórkomen van duim-, vinger-, speen- of andere vormen van
zuigen, kauwen op kledingstukken of op de lippen, en ademen door de mond kunneninvloed hebben op gebitsontwikkeling, de mondmotorische ontwikkeling, de mogelijkheid van neusademen, goed horen en articuleren. Ook mondademen kan leiden tot afwijkingen op andere terreinen (orthodontische, luchtweg- en cognitieve afwijkingen).

Communicatief gedrag:
In de algemene (non-verbale) communicatieve gedragingen van kinderen zitten soms aspecten, die communicatieve afwijkingen aan het licht kunnen brengen, bijvoorbeeld concentratieproblemen.

Overige kenmerken:
In dit item kunnen observaties worden genoteerd die de logopedist
tijdens het screenen zijn opgevallen, bijvoorbeeld concentratie, wederkerigheid, oogcontact, topichandhaving, auditief geheugen, humor, motorische onrust, tics, ..

 


 

 

 

 

 

Groep L.I.T.P. - Ilgatlaan 11 / 3 - 3500 HASSELT - t. 011/28.68.40 - info@groeplitp.be